English Deutsch

De man in de grafkelder

Henric Piccardt bleef tot zijn dood meerdere publieke functies bekleden. Hij stierf op 6 mei 1712 als een gerespecteerd en welvarend man. Hij is 76 jaar geworden: destijds een zeer hoge leeftijd. Ook Piccardt werd bijgezet in de grafkelder van de kerk van Harkstede. Boven de deur van de kerk prijkt een gedenksteen met de alliantiewapens Piccardt-Rengers.

Westgevel van de kerk te Harkstede, met boven de deur de gedenksteen (foto: Sanne Meijer)

 

Lees meer >

De weduwnaar

In 1704 sterft Henric Piccardt’s vrouw, Anna Elizabeth Rengers. Ze werd gebalsemd en bijgezet in hun mausoleum in de kerk van Harkstede. Haar rouwbord kwam in de kerk van Slochteren te hangen. Piccardt uitte zijn verdriet in een gedicht, dat hij in een complexe dichtvorm en in het Latijn schreef. Het gedicht werd in 1841 vertaald door professor Jacobus de Rhoer, en verscheen in de Groningsche Volksalmanak.

Lees meer >

De kerkbouwer

Het was een langgekoesterde wens van Henric Piccardt en Anna Elizabeth Rengers: een eigen kerk bouwen. Op 25 oktober 1692 was het zover. Het dertiende-eeuwse kerkgebouw was inmiddels afgebroken en de eerste steen van de nieuwe gotische kerk werd gelegd. Veel elementen van de kerk herinneren ons tot op de dag van vandaag aan de familie Piccardt. Zo liet het echtpaar een eigen werkkamer en een grafkelder bouwen in de kerk. Daarnaast werd er een gebrandschilderd glas geplaatst waarin Piccardt en Rengers zich ‘heer en vrouw deser kerck en plaetse’ noemen. Boven de ingang van de kerk is een gedenksteen met de wapens van het echtpaar Piccardt-Rengers aangebracht. Naast de herenbank, de Piccardtbank genaamd, bevond zich ooit zelfs een vertrek met een privétoilet voor Piccardt. De eerste dienst in de nieuwe kerk vond plaats in 1700.

De kerk van Harkstede (foto: Marketing Midden-Groningen)

Lees meer >

De borgheer

Borgopvolger Evert Rengers had enorme schulden, waardoor hij de Fraeylemaborg in 1691 noodgedwongen moest verkopen. Henric Piccardt wilde de borg wel kopen – het was immers het ouderlijk huis van zijn vrouw Anna Elizabeth Rengers. Piccardt had zelf echter ook niet voldoende poen, maar was niet voor één gat te vangen. Hij wende zich wederom tot zijn oude vriend Willem III, inmiddels ook koning van Engeland, Schotland en Ierland. Willem III leende Piccardt een bedrag van 70.000 carolusgulden. Piccardt verkreeg daarmee niet alleen de borg, maar ook de omliggende landerijen en verschillende erfrechten. Desondanks bleven Piccardt en zijn vrouw op Klein Martijn wonen. De Fraeylemaborg deed dienst als ontvangstverblijf voor gasten en als jachthuis.

De Fraeylemaborg op de ‘borgenkaart’ van Theodorus Beckeringh, 1781.

Lees meer >

De echtgenoot

Op 6 januari 1680 trouwde Henric Piccardt met de twintig jaar jongere dochter van de onlangs overleden Osebrandt Rengers: Anna Elisabeth Rengers (1657-1704). Het stel kocht in april van dat jaar de borg Klein Martijn bij Harkstede, die Piccardt flink uitbreidde. Piccardt werd tevens voogd van Evert Rengers, de borgopvolger van de Fraeylemaborg.

Portret van Anna Elisabeth Rengers, door Herman Collenius geschilderd op koper (bron: Digitaal Museum)

Lees meer >

De syndicus

Na zijn vrijlating richtte Henric Piccardt zich op zijn politieke carrière. Hij werd ‘syndicus’ (een soort bestuurlijk jurist of raadgever) van de Ommelanden. In die functie probeerde hij de band tussen de stad Groningen en De Ommelanden te versterken. Daarnaast was hij curator (lid van de Raad van Toezicht) van de Groninger Academie. Ondertussen probeerde hij nog steeds om zijn vriend Osebrandt Rengers vrij te krijgen. Dat gebeurde uiteindelijk in 1678 – wederom na inmenging van stadhouder Willem III. Rengers kon er echter niet lang van genieten: hij stierf binnen een jaar na zijn vrijlating.

Het gebouw van de Groninger Academie in de zeventiende eeuw (bron: Rijksuniversiteit Groningen)

Lees meer >

De gevangene

Henric Piccardt reisde terug naar de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden. In Den Haag leerde hij de Ommelander jonker Osebrandt Johan Rengers kennen, bewoner van de Fraeylemaborg. Ook Rengers had enige tijd doorgebracht in Frankrijk – sterker nog, tegen een betaling van 500 gulden had hij zelfs een eed van trouw afgelegd aan Lodewijk XIV. Het was in het Rampjaar 1672 dat beide mannen terugkeerden naar Groningen. Dit was geen gunstig moment. Rengers werd beschuldigd van verraad: hij zou de zijde van Bommen Berend hebben gekozen tijdens het Beleg van Groningen. Hij belandde in de Poelepoort, de gevangenis van de stad Groningen. Wegens zijn vriendschap met Rengers en zijn Franse sympathieën werd ook Henric Piccardt opgesloten. Na langdurige ondervragen en een jaar in de cel, werd Piccardt uiteindelijk op 20 februari 1673 vrijgelaten na politieke druk van een oude vriend: stadhouder Willem III.

Buitenzijde van de Poelepoort. Pentekening van Cornelis Pronk, 1756 (bron: Wikimedia Commons)

Lees meer >

De vluchteling

In 1665 ging het mis: Henric Piccardt moest Parijs halsoverkop ontvluchten. Wat er precies gebeurd is, is nooit geheel duidelijk geworden. Volgens de geruchten had zijn vlucht te maken met een jaloerse Lodewijk XIV, die het niet kon waarderen dat één van zijn maîtresses interesse toonde in zijn kamerheer Piccardt en zelfs met hem ging sporten. Hoe het ook zij, Piccardt was in ongenade gevallen. Tijdens zijn vlucht werd hij geholpen door leden van een genootschap uit Parijs, dat gezien zou kunnen worden als een voorloper van een vrijmetselaarsloge. Piccardt bleef de rest van zijn leven in ieder geval geassocieerd met vrijmetselarij. Zo zou het ontwerp van de tuin van de Fraeylemaborg maconnieke verwijzingen bevatten.

De maconnieke elementen in de tuin van de Fraeylemaborg (bron: Wikimedia Commons)

Lees meer >

De dichter

Naast liedjeszanger was Henric Piccardt ook nog eens dichter. Zijn dichtbundel Les poésies françoises dediées à Madame Suzanne de Pons, Dame de la Gastevine werd in 1663 in Parijs uitgegeven door Jacques le Gras. In zijn gedichten beschreef hij de feesten waar hij voor uitgenodigd werd, zoals het indrukwekkende Ballet des Arts. Piccardt heeft veel van zijn sonnetten en gedichten opgedragen aan courtisanes, bekende personen aan het hof en andere edelen. Zijn bijverdiensten haalde hij nu voornamelijk uit het onderwijzen van de zonen van adellijke hugenoten. Uiteindelijk werkte Piccardt zich zelfs op tot kamerheer van koning Lodewijk XIV (gentilhomme ordinaire de la chambre du Roi de France).

Piccardt’s dichtbundel (bron: Wikimedia Commons)

Lees meer >

De liedjeszanger

Om in zijn levensonderhoud te voorzien, trad Henric Piccardt in zijn Franse studietijd op als zanger en harpspeler. Na zijn afstuderen kwam Piccardt in Parijs terecht. Om wat bij te verdienen zong hij liedjes op de Pont Neuf. Hij droeg een ooglapje en had zijn haar en gezicht een andere kleur gegeven. Op de brug zou Piccardt een aantal vrouwen hebben ontmoet die hem aan het Franse hofleven introduceerden.

De Pont Neuf op een kaart uit 1615 (bron: Wikimedia Commons)

Lees meer >